Het was het enige incident op de reis van 3530 kilometer, waarvan ze 2x500 kilometer niet hoefde te rijden. Een reis langs kraakheldere bergbeekjes, onaangeroerde witte zandstranden, straalblauwe en gitzwarte hemels, langs rotsen van soms 3 miljard jaar oud (de aarde is 4,5 miljard jaar) en door dorpjes met onuitspreekbare namen. Één overnachting konden we niet bereiken. Daarvoor moest ze ¾h over ‘dirt road’ rijden. Al binnen een paar minuten zat de propshaft zich te schurken aan het midden van het pad en besloten we een alternatieve overnachting te zoeken. Enig idee waar we zaten? De blauwe vlag met het Sint Andreas Kruis? Scotland! Picten, Kelten, Vikingen, Jacobieten, en tenslotte de Engelsen hebben zich vergaapt aan de schoonheid en ruwheid van dit land.
Wij besloten op een goede dag de North Coast 500 (NC500) te rijden, en wel spoedig vanwege de aanstaande brexit. De route bestaat sinds 2015 officieel en trekt nu al veel enthousiastelingen. Wij trokken er 2 weken voor uit. Dat is op zich ruim voldoende, maar veel te weinig voor extra uitstapjes naar de talloze hoeken, gaten en andere hoogtepunten van de Highlands. Nu wil ik niet alles verklappen voor degene die dit ook eens wil doen, dus vind je hier geen uitgebreid verslag en dit is tenslotte een autoforum. Youtube heeft genoeg video’s die een indruk van de trip geven. Ik heb hier wat tips en foto’s.
Er zijn een paar NC500 gidsen te koop. Ik kocht van tevoren via internet een klein gidsje ‘The Rough Guide to the North Coast 500’. Kost ongeveer 10 pond en aan verzendkosten hetzelfde. Kan ik aanbevelen vanwege de compactheid en algemene en specifieke informatie. Hier staan ook interessante uitstapjes in. Dan is er het dikkere ‘North Coast 500 guide book’ te koop welke alle verrassingen opsomt en beschrijft met foto’s. Voor de thuisblijver kan ik deze gids aanbevelen. Hierin wordt de route met de klok mee beschreven. Maar ik vind de route tegen de klok in (zoals in de eerste gids) beter en spannender om te rijden.
De accommodatie op de route is beperkt. In het hoogseizoen is het meeste volgeboekt. We zaten een keer in een pub te eten, en 4 Hollanders probeerden een overnachting te regelen. Ze zijn de hele avond in de weer geweest en of het gelukt is weet ik niet. Buiten het hoogseizoen is niet alles open. Er hangt ook een kostenplaatje aan accommodatie. De bakermat van de B&B’s heeft de prijzen namelijk aardig opgedreven. Maar in Scotland mag je wild kamperen! En zeker in een Galant (zonder sleurhut want die mag een deel van de route niet nemen) past prima een tentje met voorzieningen en extra scheerlijnen tegen de straffe wind. En voor een lekkere douche ga je een nachtje op een officiële camping staan.
Eten? Zelf koken (op tijd inkopen doen) of naar de pub. De meeste pubs hebben een prima kwaliteit-prijs verhouding. Vergeet niet de locale biersoorten te proeven: veel beter dan dat waterige uit ons kikkerlandje. De whiskey liefhebber zal zeker aan zijn trekken komen. Het typisch Schotse eten: porridge, black pudding, haggis, cranachan, met ander GB-eten als beans, sausages, fish and chips, eggs in verschillende vormen zorgde dat ik soms extra mijn tanden poetste. Gelukkig wordt ook overal ‘continental’ geserveerd.
Van Scotland wordt altijd gezegd dat het weer zo slecht is. Twee dingen hierover. 1- ‘There is no such thing as bad weather, only inadequate clothing’ (Ted Hughes). 2- Als het regent, regent het niet de hele dag zoals bij ons in Nederland gebruikelijk is. Wij hadden 1 dag met een paar buien en 2 dagen met mist afgewisseld met zon. Dus een setje regenkleding van een paar euro is wel handig, ook tegen afkoeling door de harde wind. En als het regent of mist: wacht een half uurtje in de auto om daarna de frisse wandeling te maken. Maarrr, je komt natuurlijk om te rijden!
Er is een road etiquette voor de single-track roads. Zorg dat je die kent en uitvoert. Als je dan iemand passeert of laat passeren bij een passing place, groet dan en hou tegelijk je stuur recht! Scheelt een paar voorbanden. Deze single-track roads in het noordwesten en westen van de Highlands zijn erg leuk en kosten veel tijd om te reizen. Haast is een slechte raadgever. Ik liet daarom vaak een snelle Brit me inhalen, om daarna de achtervolging in te zetten. Dat was met de VR-4 geen probleem. Zo had ik een paar ogen (en stormram) vooruitgestuurd en leerde de weggetjes beter rijden. Opvallend is dat in de NC500 een stuk prachtige route niet is opgenomen. Het stuk tussen Lochinver en Drumrunie wordt beschreven via de inlandse route A837 en A835. Wij kozen voor de route dichter langs de kust via Inverkirkaig (inver betekent monding van een rivier). Omdat ik de officiële route ook moest nemen om mijn schoenen op te halen, weet ik dat beide routes de moeite waard zijn.
‘Psssjt’ zei Sophia toen ik afremde voor de volgende bocht
Nu staat ze weer voor de deur. Met modderstrepen, vies, vet, smerig en een grote zandbak achterin